Panteia evalueerde de werking van de Werkkostenregeling

gepubliceerd: 28-03-2018

Werkgevers zijn op dit moment gebaat bij zoveel mogelijk rust rond de werkkostenregeling (WKR). Er is hooguit ruimte voor kleine aanpassingen. Dit en meer blijkt uit het onderzoek van Panteia voor het Ministerie van Financiën.

Panteia heeft voor het ministerie van Financiën de werking van de Werkkostenregeling (WKR) geëvalueerd en heeft daarover gerapporteerd. Het rapport van Panteia is op 24 maart 2018 naar de Tweede Kamer gestuurd. Met het rapport is uitvoering gegeven aan de wettelijke bepaling in het Belastingplan en aan een motie waarin het kabinet wordt opgeroepen de WKR te evalueren. De WKR is het systeem voor de behandeling van vergoedingen en verstrekkingen in de loonbelasting. Het primaire doel van de invoering van de WKR was om de administratieve lasten voor werkgevers te verminderen.

Opzet evaluatie

In de evaluatie is de werking van de WKR onderzocht in vergelijking met de oude regeling. Dit is gedaan door middel van een representatieve enquête onder werkgevers, interviews met intermediairs, focusgroepsessies met medewerkers van de Belastingdienst en een kwantitatieve analyse van de aangegeven eindheffing. Bij de interviews met intermediairs is gesproken met loonservicebureaus, salarisverwerkers, administratie- en accountantskantoren, koepelorganisatie VNO-NCW en drie brancheorganisaties (NOAB, RB en SRA). In deze opzet zijn de gepercipieerde effecten van de WKR geïnventariseerd. De evaluatie gaat in op de administratieve lasten, onlogische en complexe zaken, de toereikendheid van de vrije ruimte en de ervaringen met het noodzakelijkheidscriterium.

Resultaten evaluatie

Door een meerderheid van de werkgevers wordt geen verschil in tijdsbesteding waargenomen door invoering van de WKR. Zij die wel een verschil merken, geven vooral aan meer tijd kwijt te zijn, met name bij het grootbedrijf. De beoogde administratieve lastenverlichting wordt over het algemeen niet ervaren. Ook komt uit de evaluatie het beeld naar voren dat werkgevers, door de invoering van de WKR, zich meer bewust zijn geworden hoe vergoedingen en verstrekkingen moeten worden geadministreerd. Deze betere administratie kan leiden tot de perceptie dat de WKR tot hogere administratieve lasten leidt, terwijl dit juist een gevolg is van betere naleving. Een positief gevolg van de betere administratie is dat werkgevers en de Belastingdienst meer inzicht hebben gekregen in de vergoedingen en verstrekkingen. Zowel de intermediairs als de medewerkers van de Belastingdienst spreken uit dat de WKR in essentie een goed idee was, maar dat het in de praktijk te complex is geworden. Toch pleiten intermediairs en medewerkers van de Belastingdienst nauwelijks voor het afschaffen van de WKR en herinvoering van het oude stelsel.

Conclusie evaluatie

De conclusie van het onderzoek is dat werkgevers op dit moment gebaat zijn bij zoveel mogelijk rust rond de WKR en dat er dus hooguit ruimte is voor kleine aanpassingen. Het kabinet ziet kansen om met kleine aanpassingen de WKR op enkele punten te vereenvoudigen. Dit betreft:

  • regelen dat vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, niet langer hoeven te worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel;
  • toestaan dat de werkgever het loonvoordeel uit de verstrekking van maaltijden door middel van een steekproef vaststelt;
  • herinvoeren van de normrente om het voordeel bij de personeelslening te kunnen berekenen.

Neem contact op

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? We staan u graag te woord.

Bel ons op: 079-322 20 00