Docenten en trainers in werk-gerelateerd leren

Werk-gerelateerd leren (i.e. work-based learning, WBL) binnen het beroepsonderwijs en beroepsgerichte trainingen (i.e. vocational education and training, VET) biedt belangrijke voordelen, zoals een verhoogde inzetbaarheid van studenten en een betere transitie tussen opleiding en baan. De Europese VET ministers hebben in de Riga Conclusies (2015) dan ook de noodzaak onderstreept van het promoten van werk-gerelateerd leren en in het bijzonder de initiële en doorlopende professionele ontwikkeling van docenten, trainers en mentoren, die studenten binnen onderwijsinstellingen en bedrijfscontexten ondersteunen en begeleiden.

Informatie over deze docenten, trainers en mentoren is echter zeer gefragmenteerd en een systematische analyse van de praktijk binnen de EU-lidstaten ontbreekt. Panteia voerde daarom, in samenwerking met partners LSE en Ockham-IPS, voor DG EMPL een onderzoek uit waarmee de ET 2020 Working Group on VET (2016-2018) input krijgt op 3 punten:
  • Bestaande bestuurlijke regelingen gericht op professionals betrokken bij werk-gerelateerd leren;
  • Bestaande regelingen gericht op professionalisering van deze professionals; en ten slotte,
  • De wijze waarop samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven is geregeld, waarbij de focus ligt op de kwaliteit van de docenten en trainers.
Het onderzoek combineert gegevens uit thematische perspectieven van Cedefop’s Refernet, interviews en aanvullend onderzoek in een vergelijkende analyse tussen de EU28-landen. Het onderzoek identificeert bestaande raamwerken, beleidsaanpakken en samenwerkingen op zowel nationaal, regionaal als organisatieniveau (i.e. VET-instellingen en bedrijven). Er is onder andere gekeken naar de competentieprofielen van docenten en trainers, ontwikkelingseisen en professionaliseringsmogelijkheden en de samenwerking tussen overheid, scholen en bedrijven binnen het werk-gerelateerde leren. Naast de cross-country analyse, zijn er case studies uitgevoerd binnen 10 EU-landen naar de samenwerking tussen docenten en trainers én zijn 5 projecten/initiatieven bestudeerd die ingaan op o.a. de professionalisering van docenten en trainers in het werk-gerelateerde leren. In het rapport worden aanbevelingen gedaan voor verder onderzoek op basis van de belangrijkste bevindingen:
  • De rol van docenten in VET-instellingen is over het algemeen goed gedefinieerd en uitgewerkt in minimale competentievereisten. In het beleid en de regelgeving gericht op het onderwijs in de VET-instellingen, wordt ook de rol en taak van de docent meegenomen. Op een paar uitzonderingen na, is de rol van trainers in (leer)bedrijven minder specifiek gedefinieerd. De rol en ook de competenties van deze trainers worden over het algemeen geformuleerd door de sectoren zelf. Wat een trainer minimaal moet kunnen, is vaak niet uitgedrukt in specifieke competenties, maar berust eerder op jaren ervaring en de positie van de trainer in het bedrijf.
  • In bestuursregelingen gericht op VET wordt vaker ingegaan op de docent, dan op de trainer werkend in een (leer)bedrijf.
  • In bestuurlijke raamwerken m.b.t. werk-gerelateerd leren wordt, zeker in vergelijking met docenten, voor trainers ook veel minder informatie gegeven over onder andere de condities van hun werk, hun salaris, mogelijkheden tot internationale mobiliteit of het omgaan met studenten met een ‘rugzakje’.
  • Bestaande regelingen voor professionele ontwikkeling zijn vaker beschikbaar voor docenten in VET-instellingen dan voor trainers in bedrijven. Het zogenoemde ‘professionalisering continuüm’, sluit bovendien niet goed aan op trainers in bedrijven. Regelingen sluiten vaker aan op de docent in algemene zin en richt zich soms ook niet op de docentrol binnen specifiek het werk-gerelateerde leren op VET-instellingen.
  • In landen waar het bestuur van VET is georganiseerd binnen samenwerkingen waarin alle relevante stakeholders betrokken zijn, is de samenwerking gericht op de kwaliteit van docenten en trainers in werk-gerelateerd leren veel beter geregeld.
  • Samenwerking tussen partners moet niet worden gezien als een doel op zich, maar als een middel om de kwaliteit van VET en de responsiviteit van het beroepsonderwijs op de behoeften van de arbeidsmarkt te verbeteren.
  • Samenwerking op het gebied van de kwaliteit van docenten en trainers slaagt beter wanneer het beroepsonderwijs aantrekkelijk is en bedrijven welwillend onderdeel zijn van deze samenwerking.
  • Gegeven het feit dat in het beroepsonderwijs de nadruk steeds meer komt te liggen op werk-gerelateerd leren en de behaalde leerresultaten, is de samenwerking en de voortdurende dialoog tussen alle betrokken partners een essentieel onderdeel van een goed functionerende werk-gerelateerde leercontext.

Neem contact op

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? We staan u graag te woord.

Bel ons op: 079-322 20 00