Gevolgen investeringen voor concurrentiepositie Nederland zeehavens en logistiek

In deze studie staat het achterland van de Nederlandse zeehavens centraal. Voor een aantal geselecteerde havens is gekeken in hoeverre deze concurrerend zijn richting de Nederlandse zeehavens op dit achterland. De focus lag hierbij op het vervoer van containers.

Bij “achterland” is ook rekening gehouden met short-sea relaties, waarbij het kan zijn dat zich tussen de Nederlandse havens en dat achterland nog een haven bevindt. Per TEN-T corridor is gekeken naar investeringen die de achterlandverbindingen verder ontwikkelen en die zorgen voor een betere verbinding tussen de geselecteerde havens en het achterland, dat tevens ook achterland voor de Nederlandse zeehavens is. Daarna is nagegaan welke investeringsprojecten in en rond de havens van belang kunnen zijn voor de ontwikkeling van het ladingvolume in relatie tot de Nederlandse zeehavens. Door middel van enerzijds een kwantitatieve berekening met NEAC en anderzijds een kwalitatieve inschatting is een inschatting gemaakt van de mate van concurrentie van een aantal havenclusters voor de Nederlandse havens (met name Rotterdam). Op basis van de Core Network Corridor Sudies, de Werkprogramma’s voor ERTMS en Motorways of the Sea en de CEF Brochure met voor financiering aanbevolen en niet-aanbevolen projecten is een inventarisatie gemaakt van investeringsprojecten op de TEN-T corridors. Daarbij zijn de investeringen beoordeeld aan de hand van het effect dat de investeringen hebben op de concurrentiepositie van een haven of havencluster en de sterkte van de competitie van de haven of het havencluster met de Nederlandse zeehavens en de Nederlandse logistiek.

Neem contact op

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? We staan u graag te woord.

Bel ons op: 079-322 20 00