Panteia initieert vaarwegenbeleid provincie Noord-Holland

De binnenvaart speelt een belangrijke rol bij het vervoer van goederenstromen van en naar de Provincie Noord-Holland. In het kader van de Omgevingsvisie 2050 wil de Provincie een beter inzicht krijgen in de trends, ontwikkelingen en potentie in het vervoer over water. Een duidelijke visie op het gebied van de binnenvaart ontbreekt echter, maar moet wel onderdeel uit gaan maken van de Omgevingsvisie. Panteia heeft samen met Sweco de Provincie Noord-Holland geholpen bij het opstellen van een visie op de provinciale vaarwegen. Daarbij is in een dialoogsessie met belangrijke stakeholders verder ingegaan op de knelpunten, kansen en mogelijkheden rondom het vervoer over water in Noord-Holland.

Huidig gebruik vaarwegen en consequenties

In Noord-Holland wordt een dalend gebruik van de binnenvaart op de provinciale vaarwegen geconstateerd. Dit komt doordat de schepen steeds groter worden, terwijl de provincie haar vaarwegen niet opwaardeert. Daardoor kunnen steeds minder schepen de Noord-Hollandse vaarwegen bevaren. Ook verdwijnt de watergebonden bedrijvigheid langs provinciale vaarwegen, ten gunste van woningbouw.

Bij verminderd gebruik van de provinciale vaarwegen kan de vraag gesteld worden of investeringen in het provinciale vaarwegennet wel te rechtvaardigen zijn. Blijven de investeringen uit, dan zal een zichzelf versterkend proces ontstaan waarbij het gebruik van de vaarwegen verder afneemt. Zo ontstaat een neerwaartse spiraal waarbij op lange termijn het aandeel van de binnenvaart in de modal split in Noord-Holland verder zal dalen.

Focus aanbrengen in het vaarwegenbeleid: minder maar wel beter

De provincie beheert nu 246 kilometer vaarweg. Dat zijn vaarwegen waar voornamelijk kleine schepen over heen kunnen varen. De volumes zijn op de meeste vaarwegen zeer beperkt. Het advies van Panteia is dan ook om investeringen te plegen op de vaarwegen die de grootste potentie tonen voor goederenvervoer. Een belangrijke voorwaarde is hierbij dan wel om de condities op deze vaarwegen te verbeteren. Dat betekent in veel gevallen dat er naar gestreefd moet worden om grotere schepen van CEMT-klasse IV te faciliteren. Het gaat hierbij om de volgende vaarwegen:

  • Oostelijke Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder
  • De Zuidelijke Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder en het westelijke vanaf de Kaag tot de Elsbroekerbrug (zijtak Lisse),
  • De Zaan en het Noordhollandsch Kanaal vanaf het Alkmaardermeer tot Den Helder, inclusief het zijkanaal naar Schagen.
In veel gevallen kunnen grotere schepen al gefaciliteerd worden met ontheffingen. Daar waar dat niet kan, is het advies om kunstwerken die bepalend zijn voor de grootte van de schepen aan het einde van hun levensduur te vervangen door kunstwerken die passen bij een CEMT-klasse IV schip.

Het effect

Bovengenoemde vaarwegen kennen nu al significante volumes, maar hebben ook in de toekomst potentie voor groei. Een analyse van Panteia wijst uit dat er een half miljoen ton extra vervoerd kan worden over deze vaarwegen. Dat staat gelijk aan veertigduizend vrachtwagenbewegingen per jaar. Het ontwikkelen van nieuwe overslagterminals aan deze vaarwegen biedt daarbij een additionele potentie van jaarlijks nog eens 75 duizend vrachtwagenbewegingen.

Neem contact op

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? We staan u graag te woord.

Bel ons op: 079-322 20 00